Bier van hier

We schrijven Lelystad, 2021. Ooit was dit plekje een deel van de machtige Zuiderzee, nu is het een pseudometropool met haventjes, natuurgebieden, een beroemde fashion-outlet en een eigen stadsbrouwerij. Hoewel ik hier al geruime tijd woon, is dit mijn eerste kennismaking met de bieren van Stadsbrouwerij Cornelis. Ik zie op hun website dat ze onder twee brands opereren. Enerzijds het toegankelijke “Schuurbier”, anderzijds het het meer experimentele “Sea Bottom Beer”. Een mens kan enkel hopen dat wat ik dadelijk zal proeven niet naar zeewater smaakt.

Op het eerste zicht moet ik mij daarover geen zorgen maken, want ik zie dat de drie biertjes die ik mij heb aangeschaft alledrie “Schuurbier” zijn. Of dat zeer smaakvol klinkt, dat valt te betwisten, maar ik heb in het verleden wel al bieren gedronken die als stijl “Farmer’s Ale” op het etiket hadden en die best lekker bleken te zijn. Ik schenk dus met een open geest het eerste biertje in het glas.

Het schuurbier poseert bij mijn schuur.

Schuurbier – Donker Blond (8,0%) schuimt weelderig. De kleur is inderdaad mooi donker blond en doet mijn bierliefhebbershart meteen sneller slaan. Als het schuim is opgeklaard, kan ik proeven. Wat mij meteen opvalt is de dikke, bijna stroperige textuur van het bier. Het smaakt ook heel erg zoet. Daarnaast is er een opvallende kruidige smaak die eerst heel intens is, maar die niet blijft hangen. Volgens het etiket zou die kruidige smaak koriander moeten zijn, maar dat haal ik er niet meteen uit. Het is een echt degustatiebier, dat bij liefhebbers van zoete bieren zeker in de smaak zal vallen. Voor mij persoonlijk is de kruiding nog niet helemaal in balans, maar verder is het een prima biertje.

Het tegenovergestelde van een degustatiebier is Schuurbier – Red Polder Ale (5,0%). Eerlijk is eerlijk, ik word er niet echt wild van. De kleur is niet de warme gloed die je normaal krijgt bij een amberbiertje en er zit maar weinig smaak in. Als aperitief vond ik het een beetje te saai. Ik heb de polder ale dan maar verder opgedronken bij mijn avondeten – een pikante aardappelsalade – en daarbij zorgde het wel nog voor een aangenaam bluseffect. Wie de voorkeur geeft aan milde bieren, kan deze misschien een keertje proberen, maar als je zoals ik op zoek bent naar rijkere smaken, dan kan je deze overslaan.

Nu denk je misschien hé, Kat is niet echt enthousiast, ik laat die schuurbieren maar voor wat ze zijn. Mis poes! Ik heb het beste voor het laatst bewaard. Schuurbier – Tripel (8,5%) is écht heel lekker. Dit is het biertje dat ik als streekproduct zou aanprijzen bij bezoekers, als we ooit weer bezoek mogen krijgen enzo. De kleur is lichtgeel en troebel en de eerste slok is opvallend smaakvol en fruitig. Het koolzuurgas tintelt op je tong en het geheel is heerlijk verfrissend. In het begin is de afdronk eerder bitter, maar als je net als ik op je gemak drinkt, merk je dat als het biertje wat langer staat, de nasmaak steeds zoeter wordt. Een aanrader!

Ben je ooit op fiets-, wandel- of vaartocht door het Flevolandschap en neem je even pauze op een terrasje, kijk dan eens of ze die lekkere Schuurbier – Tripel op de kaart hebben. Of misschien ben jij een avontuurlijke ziel die op zoek gaat naar het Sea Bottom Beer? Ik heb alvast besloten om het een kans te geven. Je hoort van me als het zover is!

Gepubliceerd door Katrien

Meestal goedlachs, lust bijna alles.

Plaats een reactie